Nieuw bij InfoMR: columnist Philippe Abbing laat zijn licht schijnen over de praktijk van medezeggenschap, en wat er allemaal gebeurt aan de overlegtafel.Onze medezeggenschapsraad en de bestuurder hebben weleens ruzie gemaakt. Als echte polderaar praat ik het liefst door totdat we het eens zijn. Ik wil graag mijn gelijk krijgen, daar ben ik eerlijk over, ik voer graag een fel gesprek, maar van ruzie ben ik geen voorstander. En toch…
In het proces naar een fusie kwam de avond waarop wij, de medezeggenschapsraad, antwoord moesten geven op het instemmingsverzoek. We wilden geen instemming verlenen, er was geen vertrouwen, de meerwaarde was slap, het leek meer een feestje van de bestuurders. Natuurlijk hadden we dat vertaald naar functionele en onderwijskundi-ge gaten in de voorstellen. Niemand kon ons verwijten dat we ‘op emotie’ keuzes maakten.
“Nee, we verlenen geen instemming”, klonk uit mijn mond. Ik zag de ogen van de bestuurder fel oplichten. De man met wie ik graag informeel sparde, was nu een echte tegenstander geworden. “En waarom dan niet?” Het stond op papier, we hadden het in een schorsing laten lezen. “Nou, dat staat daar.” Hij was woest, hij ratelde door over het torpederen van de toekomst van het onderwijs, over het moreel appel dat bij ons lag, over het ontbreken van leiderschap in de medezeggenschap. 
“Ik wil inhoud, man!” zei hij toen en dat was mijn codewoord. Nu was het ruzie. Als iemand op die toon ‘man’ tegen me zegt, of nog erger ‘jongen’, barst de bom. “Het heeft geen zin om naar je te luisteren, je probeert alleen jezelf maar te overtuigen.” En daarmee was het overleg afgerond. De dag erop werd ik ontboden. Hij begon: “Ik bied mijn verontschuldiging aan voor alles wat gezegd is.” Op dat moment was dat genoeg voor me. Ik denk daar nu anders over, want hij had de vorige avond wel erg veel manieren gevonden om de medezeggenschapsraad, de visie, de inhoud en de leden, inclusief mij als voorzitter, voor rotte vis uit te maken. Ik dacht weer verder te gaan polderen en te werken aan een hernieuwde relatie. De wereld draait tenslotte door. De bestuurder gaf aan daar ook zijn best te willen doen. 
Soms is ruzie maken goed. Het laat namelijk passie zien en je krijgt een beeld van wat de échte argumenten zijn. Als het zo hoog oploopt zijn die vaak niet van inhoudelijke aard. Het gaat bij ruzie over mensen, opvattingen, emoties. Dingen die we vaak niet zeggen, en juist omdat we ze niet zeggen, komt er alsnog ruzie. Ik heb er wel veel van geleerd, zo hoort dat toch!? Nog steeds ben ik geen goede ruziemaker, maar ik ben wel beter geworden in het traject dat kan leiden tot. En daar hoort bij dat ik die lastige vragen tegenwoordig maar gewoon stel. Dat scheelt een hoop gedoe. 
Anderhalf jaar later gaf onze mr overigens toch instemming, met een voorwaardenplan van 12 punten. Met dat plan in de achterzak kondigde de bestuurder aan dat hij een andere baan had gevonden. Weer anderhalf jaar later ging de fusiepartner Amarantis failliet.

Verschenen in infomr 2/2019


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *