Weet jij nog een leraar van je middelbare school? Er zal vast wel iemand omhoog poppen. Ikzelf herinner me wel een tekendocent die overduidelijk niet op de school of in het onderwijs wilde zijn. Zo’n recalcitrant tegendraads typetje die andere waardes nastreefde dan kleurtheorie overbrengen. Op de vraag: ‘mogen we in de pauze hier blijven en stiekem een sigaretje roken?’ antwoordde hij: ‘Ik kan niet alles in de gaten houden, maar als je het uit het raam doet, merk ik vast niks’. We werkten erg hard in de les, zonder resultaat overigens, maar dat vond hij niet erg. De weg was belangrijker dan de aankomst.

Als ik mensen dezelfde vraag stel krijg ik vaak een leraar geschiedenis voorgeschoteld. Blijkbaar blijven die (vaak mannen) hangen. Een kleine analyse leert dat iedereen wel geschiedenis heeft gekregen ergens in de schoolcarrière, sowieso in de onderbouw, maar het is zeker niet het grootste vak in uren, noch kan ik een andere impact bedenken. Ik denk dat er andere redenen zijn: Geschiedenis leraren kunnen verhalen vertellen, lijken overal wat van af te weten en zijn in staat om vrijelijk alternatieve gedachten als zaadjes te planten in de breinen van de opgroeiende generatie. Belangrijke competenties in het onderwijs die hoog gewaardeerd worden denk ik zo. Maar er is ook een factor die ik hoog aansla, maar zelf absoluut niet bezit: psycho-historisch besef. Als je terug gaat in de tijd, kun je bewegingen herkennen en een voorspellende waarde voor de toekomst aan plakken.

Heb je ook zo iemand in de MR? Op veel scholen waar ik kom is de laatste tijd de discussie bezig om statuten zodanig aan te passen dat een maximale zittingstermijn van 2 periodes is. Dit om de ‘beroeps-medezeggschappers’ te weren denk ik. Maar het grote nadeel daarvan is dat de kennis na 6 of 8 jaar ook grotendeels weer wegvloeit: Niet alleen de actuele, maar juist ook de o-zo-belangrijke historische kennis. Op sommige scholen is de MR de meest stabiele factor en kunnen wisselingen van management en bestuur leiden tot een wirwar van beleidsrichtingen en invalshoeken. Volgens mij niet wenselijk en de MR moet dan de countervailing power zijn. Dan zijn die ‘geschiedenisleraren’ in de MR van groot belang. Hoe heerlijk is het om niet alleen de juiste stukken op te kunnen duikelen, maar om zo uit de hoge hoed een uitspraak te herinneren die de duiding van een beleidsartikel verheldert. Ik lees al lang niet meer alleen de beleidsstukken. De manier hoe deze tot stand gekomen zijn en de bedoeling die er achter zat, zijn net zo belangrijk. Ik ken bijvoorbeeld een taakbeleid dat 8 jaar geleden afgesproken was met 2 extra lesuren(!). Klaarblijkelijk was bijna iedereen vergeten dat toen dit afgesproken was er een financiële noodzaak was en zou het tijdelijk zijn. Noch de bestuurder, noch de PMR hadden dit op het vizier en toen ik ingevlogen werd omdat de werkdruk zo hoog was, vond ik dat wel typerend.

Dus medezeggenschappers van Nederland, als je moet werven op specifieke competenties in de raad, denk eens aan de groep die het verleden weet te verkennen om zo beter naar de toekomst te kunnen kijken.

Categorieën: Uncategorized

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *