Op schoot

Ik ken geen enkele medezeggenschapsraad die aangeeft dat de leden op schoot zitten bij het bestuur. Toch is dat wat ik met regelmaat hoor als ik ernaar vraag bij mensen uit de school. Vaak hoor ik term dat ‘we samen optrekken’. Dat klinkt mooi. Ik denk zelfs dat het goed is. De opvatting die daar voor mij bij past is dat ‘we’ meegenomen worden, dat ‘we’ vroegtijdig geïnformeerd worden en dat ‘we’ gevraagd en ongevraagd invloed kunnen uitoefenen. Dat blijkt vaak veel te ruim bedacht, merk ik dan bij zowel de schoolleiding als de raad. De ‘we’ die ‘samen optrekt’ is een stabiele basis als het gaat om leuke dingen, het kan ook lukken als er wel scherpe randjes aan zitten, maar het werkt alleen als er in grote lijnen overeenstemming is – en de medezeggenschap niets wezenlijks wil veranderen. Vind je het raar dan dat van buitenaf naar zo’n raad gekeken wordt als een club die dikke maatjes is met het bestuur? Ik niet. Een medezeggenschapsraad heeft als taak een ‘countervailing partner’ te zijn. Een echt goede Nederlandse term is er niet voor helaas, tegenmacht is een te beperkte vertaling. Bij countervailing hoort namelijk zowel ‘samen optrekken’ als ‘eigenstandig optrekken’. In mijn werk als vakbondsbestuurder word ik regelmatig bijgepraat over ontwikkelingen op scholen. Technische overleggen, noemen we dat. Enerzijds zijn die informerend en dus nuttig voor mij. Anderzijds zijn ze ook erg nuttig voor het bestuur. Door mijn kritische vragen die geënt zijn op bevoegdheden van vakbonden en belangen van werknemers, wordt duidelijk of overal aan gedacht is. Dat noem ik countervailing partnerschap. Het werkt als er wederzijds respect is, als er kwaliteit is bij alle gesprekpartners en iedereen zich wil houden aan de wettelijke kaders of daar aanspreekbaar op is. Dat laatste betekent bijvoorbeeld dat ik regelmatig de rol en zeggenschap van de vakbond benoem in samenhang met die van de medezeggenschap. Daarbij hoort dus ook het verschil tussen ‘iets vinden’ van een ontwikkeling en de bevoegdheid om er iets aan te veranderen. Helaas voor mij vind ik van heel veel dingen iets. En dan kan ik me nauwelijks voorstellen dat mensen die wel iets kunnen veranderen, daar toch niks mee doen – gek hè? Het verschil tussen een countervailing partner zijn en ‘bij elkaar op school zitten’ zie je in open communicatie met de achterban. De mr als partner vermeldt verschillen in zienswijzen en verklaart ze. Dan laat je namelijk zien dat je wel ‘met elkaar’ werkt, maar ook dat zaken kritisch benaderd worden. Wat helpt is om aan het eind van de overlegvergadering met het bestuur de verschillen of specifieke aandachtsgebieden samen te vatten om zo helder te kunnen communiceren naar de achterban: Let’s agree to disagree. Laatste tip: verzorg ruimte voor respons van die achterban, zij kunnen de countervailing partner zijn voor de raad. Mochten ze vinden dat de mr ‘op schoot zit’ dan hoor je het vanzelf

Categorieën: Uncategorized

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *